'Realiseer je dat je erf geen eiland is'

'De gemiddelde veehouder schrikt zich een ongeluk als wij bellen’, weet dierenarts Karianne Lievaart-Peterson, veterinair medewerker bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Zij zit in de teams die een veehouder bezoeken na een melding van verminderde zorg bij het Vertrouwensloket Welzijn Landbouwhuisdieren.
‘Om de drempel laag te houden, mogen mensen anoniem een melding doen’, vertelt Lievaart. ‘Voor een veehouder is dat moeilijk te accepteren. Die voelt zich verraden. Voor ons is het de kunst om voorbij dat punt te komen en in te gaan op wat er werkelijk speelt.’

Twee teams
Het Vertrouwensloket Welzijn Landbouwhuisdieren werkt met twee soorten teams. Een preventieteam gaat op pad bij signalen van bedrijfsomstandigheden waarbij het dierenwelzijn in het gedrang kan komen. Als er een vermoeden is van psychosociale problematiek, dan wordt een begeleidingsteam ingeschakeld. De coördinator van het loket kan een beroep doen op dierenartsen, bedrijfseconomische adviseurs en sociaal-maatschappelijk werkers die in wisselende samenstellingen op pad gaan.
Jeannette van de Ven, zelf melkgeitenhouder, is sinds een jaar voorzitter van de stuurgroep van het Vertrouwensloket Welzijn Landbouwhuisdieren. Dit hoort bij haar bestuurswerk als portefeuillehouder Gezonde Dieren bij LTO Nederland. ‘Ik heb het loket altijd een warm hart toegedragen’, zegt Van de Ven. ‘Ik ben zelf verpleegkundige in de thuiszorg geweest. Ik weet uit ervaring hoe gevoelig sommige mensen zijn om bij tegenslag af te glijden.’

Belevingswereld
De stuurgroep bepaalt de koers voor het Vertrouwensloket. ‘Wij willen ervoor zorgen de reguliere hulpverlening beter aansluit bij de belevingswereld van de boer’, aldus Van de Ven. ‘Dat ze in de reguliere zorg bijvoorbeeld de juiste vragen stellen, want daarop kan het al misgaan.’ (zie kader)
Daarnaast wil het Vertrouwensloket erfbetreders stimuleren en trainen om vroegtijdig signalen op te pikken en hun rol daarin te pakken. Dat vraagt tegelijkertijd dat het loket meer een informatie- en adviespunt wordt in plaats van een meldpunt. ‘Wat we graag willen, is dat erfbetreders of collega-boeren het Vertrouwensloket bellen voor informatie of advies, bijvoorbeeld over hoe ze het gesprek aangaan’, vertelt Lievaart.
LTO Nederland, GD, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het ministerie van LNV zitten in de stuurgroep. Samen met 21 erfbetredende organisaties zijn afspraken gemaakt over hun rol en bijdrage in het signaleren van verminderde dierzorg en dierverwaarlozing. Alle partijen hebben dit afsprakenkader ondertekend.

Betrokken
‘Wij merken dat de ondertekenaars be-trokken zijn bij het onderwerp, maar dat het lastig is om het verder in de organisaties door te laten sijpelen, ook omdat het voor erfbetreders vaak om klanten gaat. Om dan je zorg te uiten, maakt het superlastig’, zegt Van de Ven. ‘Stel dat je de deur wordt gewezen. Tegelijkertijd zien de organisaties dat het wat met hun werknemers doet, als zij een bedrijf zien afglijden en ze kunnen er niets tegen doen.’
Om die informatie- en adviesrol van het Vertrouwensloket meer zichtbaar te krijgen, maken de vertegenwoordigers van het loket nu een rondgang langs de erfbetredende organisaties. Daarnaast kunnen erfbetreders via het loket cursussen volgen.

Late kant
‘Als het dierenwelzijn in het gedrang komt, ben je eigenlijk al aan de late kant. Juist de rol van de erfbetreders kan belangrijk zijn, omdat die mogelijk eerder zien dat een boer het moeilijk heeft. Bijvoorbeeld door een sterfgeval. Zij kunnen de boer vragen: ‘Zou het niet goed zijn om een gesprek aan te gaan met de huisarts, een familielid, coach of dominee?’ zegt Van de Ven.
Lievaart benadrukt: ‘Het Vertrouwensloket kan de problemen niet op zich nemen. Wij geven aan waar de schoen wringt en zoeken mee in het netwerk van de veehouder naar structurele oplossingen. Als begeleidingsteam slaan wij de brug. De boer moet wel openstaan voor hulp en die zelf willen inschakelen.’

Zielig
Overigens is een aanzienlijk deel van de meldingen bij het Vertrouwensloket na een bezoek van het preventieteam opgelost. ‘Wat mij opvalt, is dat wij veel meldingen krijgen van burgers die op een andere manier naar de veehouderij kijken’, stelt de dierenarts. ‘Wat voor ons vanzelfsprekend is, zo is het gewoon, is dat voor burgers niet. Denk aan schapen die buiten staan met slecht weer. Dat wordt zielig gevonden.’
Van de Ven merkt dat de tolerantiegrens van de burger verschuift. Haar boodschap aan collega-boeren: ‘Realiseer je dat je erf geen eiland is.’

Terug naar boven